‘Standard Club Luik’ de Jezuietenklub, verovert de landstitel

Wist u dat ‘Standard Luik’ een Jezuietenclub is ? Of tenminste was?… Het gebeurde tijdens een speeltijd van het jaar 1898 in het Kollege der Paters Jezuïeten in de rue St-Gilles te Luik. Daar staken enkele jonge snaken voor het eerst de koppen bij elkaar en dezelfde namiddag ontmoetten zij elkaar in de rue du Plan Incliné, waar zij de training gingen beloeren van de F.C. Luik, die hen nachtmerries bezorgde.

Ook zij wilden een voetbalclub stichten. Toen zij de training afgekeken hadden stond hun besluit vast : zij konden het zo goed als de lui die zij aan het werk hadden gezien, zij zouden zich door het stichten van een nieuwe voetbalclub niet belachelijk maken.

(Humo 927, 15 juni 1958)

‘Dit jaar, tijdens de match te anderlecht, zijn de ogen opengegaan’

 

JOSEPH DEBATTY, die later pastoor zou worden te Filot-Hamoir, was haantje vooruit en trok Jean Jacobs, Pierre Kogel, Jean Offergeld, Louis Van Brabant en Georges Petit mee naar het café van vader Kogel, die koetsier was op de paardentram!

Daar aanschouwde de nieuwe club het levenslicht. Daar werd de naam gekozen. Er waren voorstanders van ‘Skill’ Luik, maar tenslotte haalden de voorvechters van de naam ‘Standard’ hun slag thuis. Waarom Standard? Eenvoudig. De jongens vonden het woord ‘éten-dard’ een zeer gelukkige vondst, het zou op zichzelf een soort programma zijn. Maar de Engelsen hadden het voetbalspel in ons land ingevoerd en zo ging de voorkeur in de voetbalmilieu’s toen uit naar specifiek Engelse namen, zoals Football Club, Racing Club, Daring Club, Sporting Club, enz… Zo vonden die jonge kerels dan dat de naam ‘Standard Club’ klonk als een klok!

De kleuren? Ook die waren gauw gevonden. Het moesten frisse, aantrekkelijke kleuren zijn. Daarom koos men lichtrood met wit. En de moeders of zusters van de jonge Standardmen konden aan het naaien gaan, want die jonge kerels wilden dat ook hun voetbalplunje ophef zou maken : de ene helft van het hemd rood, de andere wit!

Zo ontstond Standard Club Luik in het jaar 1898 en het heeft geduurd tot dit jaar vooraleer de roodwitten er konden in slagen de hoogste landstitel te bemachtigen. De hoogste bekroning in het jaar van de diamanten bruiloft. Het kon wel niet mooier.

Van kampioen der onstandvastigheid

Sedert 1920 heeft Standard Club Luik nochtans altijd in ’s lands hoogste afdeling gespeeld, waar de club gedurende talrijke jaren de enige Waalse èn Luikse vertegenwoordiger was.

Door al die jaren heen is Standard steeds een kampioen inzake onstandvastigheid geweest. De club heeft altijd zeer knappe spelers gehad, maar tegelijkertijd ook spelers van minder gehalte, zodat het geheel zelden een homogeen uitzicht had. Als het elftal dan in z’n dagje was en de anderen zich opwerkten tot het peil van de vedetten, werden er soms kletterende uitslagen bereikt, maar als de vedetten in een minder goeie dag waren en afdaalden tot het peil van de anderen, leden ze wel eens zware nederlagen. Ze deden de dingen niet half : of heel goed, of heel slecht! Dat was Standard gedurende meer dan twintig jaar!

Eén keer kwam er ook werkelijke tegenslag aan te pas. Het gebeurde op het einde van het seizoen 1935-36. Standard bezat toen een zeer knap elftal, met verscheidene internationaals: Jean Capelle, die 34 maal aanvalsleider van het Belgisch nationaal elftal is geweest, Dalem met 23 selekties, Jean Brichaut, de Ledent’s, Jean Petit, Roger Petit, enz. Op de laatste dag van het kampioenschap stond Standard aan de leiding met één punt voorsprong op Daring Club Brussel. En de kalender had het zo geschikt dat op die laatste dag Daring op bezoek kwam bij Standard. Eén enkel punt volstond voor de Luikenaars om hun eerste landstitel te veroveren. De bloemen en de champagne waren al besteld. Maar ook in voetbal mag men de huid van de beer niet verkopen voor hij goed en wel neergelegd is.

In een stadion, waar natuurlijk geen plaatsje onbezet was gebleven, werd Standard met 1-0 geklopt. Romain Massez, die de gekwetste Brichaut verving, miste een reuze kans op drie meter van het doel van Badjou en bij diens ontzetten kreeg Marius Modelé het leer. Hij dribbelde een paar man en loste dan een schot, dat voor de keeper van Standard bestemd was. maar zo slecht gemikt bleek dat het uiterst rechts in het veld terechtkwam. Daar ving de opportunist Portauw het op en eer de Standard-verdediging zich opnieuw kon groeperen zat het leer al in het net ! Daarna trok Daring zich terug op verdediging, en daarvan hadden de Brusselaars een handje weg, want zij waren het die datzelfde jaar in ons land de Engelse WM hadden ingevoerd, met Charles Teuninck als stopper van prima gehalte. Standard had die dag dubbele tegenslag, want haar twee internationaals, Jean Petit en Brichaut, waren de zondag ervoor op Club Brugge zo ernstig gekwetst geworden dat zij, ondanks de beste zorgen, in de beslissende match niet konden optreden. Brichaut zou daarna trouwens nooit meer spelen…

Ook na de jongste oorlog bleef Standard jarenlang een kampioen van de standvastigheid. De ploeg speelde volstrekt niet slecht, maar was zeer onevenwichtig uitgebouwd en wissslde het beste af met het slechtste. Het slechtste kwam telkens in de pare jaren. Zo eindigde Standard in 1948. 1950, 1952 en 1954 telkens op de weinig glansrijke 13e plaats, en daartussen, in de onpare jaren werd het achtereenvolgens 5e, 8e, 5e en in 1955, 3e. Intussen had de Franse trainer Riou de ploeg in handen genomen en hij slaagde er in Standard langzamerhand tot een evenwichtig en prachtig spelend geheel om te vormen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s